Plaspauzepoëzie

Schrijfsel

6.

Contrast in ruimtetijd


De horizon staat stil. De afwezige bergen achter het landschap staan stil tussen de koeien in de wei. De windmolens, boerderijen, bomen en struiken staan stil. Ze vliegen voorbij. Het punt waar ik naar staar. Ook stil.

Op elk moment staat alles stil, zelfs dat wat beweegt. Waar ik aan denk staat stil, en de gedachte zelf ook. Mijn hart staat zelfs stil. Jouw ogen staan stil. De mijne ook. Alleen de momenten zelf, die staan niet stil. Maar die zijn er niet meer zodra wij er zijn. Het is allemaal relatief.

Nu ben ik in jouw ogen. Ze staan steeds heen en weer stil. Alsof je iets zoekt. Ik zoek niets. Ik ben vooral, op het moment, waar ik kijk. Ik ben er alleen. Ik ben nu alleen. Nu en er zijn hetzelfde. Het doet er niet toe. Ik ben alleen, niet meer dan dat. En nu ben ik alweer niet meer.

Ik schrik.
Opeens ben jij in mijn ogen.
In mijn moment.
Ik ben daar ook.
Ik zie mijzelf.
Nu ben ik niet.
Nu zijn wij, er.

Maar nu ben ik daar niet meer. Nu ben ik waar het veilig is. Ver weg. Waar de momenten maar weinig met elkaar contrasteren. Waar de bergen die er niet zijn in verschillende tinten grijs gestaag over elkaar schuiven. Waar de zwart witte koeien hetzelfde grijs zijn als het gras dat ze eten.

Mijn momenten gaan vanzelf weer richting dichtbij. Richting het contrast, tussen jij en ik. Waar de momenten maar kort duren, dichtbij en heftig zijn. Mijn ik blijft hangen waar de momenten het tempo van documentaire hebben bereikt. Een kleurloze film over een boer, en zijn varkens. Maar af en toe reflecteer ik mijn focus via het raam, naar ons moment hier heel dicht bij. Of jij nog steeds aan het zoekent bent.


Pluim verdiend!


Jij maakt deze website minstens 1.79% beter.

Jouw mening over mijn schrijfsel:

Geheel vrijblijvend en anoniem uiteraard.
Meer weten?

Nog niet genoeg gehad?

Deze vind je misschien ook wel leuk:

Wees hip, en deel hem via
e-mail of Twitter of Facebook