Plaspauzepoëzie

Schrijfsel

32.

Ik ben vandaag gegijzeld...


...tenminste, ik raak altijd in de war als het om gijzelen gaat, want wie is de gijzelaar ook alweer? Of was dat met martelen en de martelaar? Treuzelaar? Wandelaar? Kandelaar? Zie je, in de war.

Hoe dan ook, om onverklaarbare redenen (business, shady business) was ik vandaag in Apeldoorn bij een bedrijf dat is gespecialiseerd in spionage, of luchtfoto's, of hoe je het ook wilt noemen. Ik dik het verhaal een beetje aan als je het goed vindt. Apeldoorn dus, het verre Oosten, zandstormen alom, ik vermomd, in een overhemd, werd van het station opgehaald door mijn handlanger, of haalde zijn handlanger op? Zie je, ben ik opnieuw in de war. Ben je automatisch elkaars handlanger? Doet dat er überhaupt voor het verhaal toe? Nee. Wat er in Apeldoorn verder gebeurde ook niet. Bovendien was het geheim. Wat er eerder op die dag gebeurde doet er wel toe, want toen ging de wekker.

Dagen die met een wekker beginnen...zucht...ik vind wakker worden door een wekker (het apparaat, of de app op mijn telefoon die doet alsof, niet per se een persoon die op zachtaardige wijze als letterlijke wakkermaker fungeert; op eenzelfde manier waarop ik geen hekel heb aan de schepper in de zin van iemand die zand verplaatst met behulp van een spade) misschien wel bijna in de categorie van bijna allerergste dingen zitten. Ik blijf nog liever de hele nacht wakker (hoewel de betrouwbaarheid daarvan ongeveer gelijk is aan voor-het-zingen-de-kerk-uit komen) dan dat ik een wekker zet. Ik weet niet zeker of wekkers condooms zijn in die analogie. Hoe dan ook, daar begon de dag dus, met de wekker, want ik moest naar Apeldoorn, voor shady business, maar daar gaat deze draad niet over.

Naar Apeldoorn is het ergste niet. Het ergste is namelijk dat je ook weer dat hele klere eind terug moet, als je naar huis wilt tenminste, en dat wilde ik wel. Ik zou een slechte spion zijn joh, een spion met heimwee, stel je voor. Hoe dan ook, alweer/opnieuw, terug naar mijn secret lair ergens tussen Den Haag en Rotterdam in, heel handig in de buurt van een treinstation. En halverwege de reis, nabij Utrecht, begon mijn avontuur zo saai als je je maar kunt bedenken: de trein reed namelijk niet verder. Dat handige aan treinen, dat gegeven dat je niets hoeft te doen en toch ergens komt, wordt nogal teniet gedaan als ze stil staan, en dubbeldriedwars als ze niet eens bij een station staan, en het voelt helemaal stom als ze een paar honderd meter bij een station vandaan stil staan. En daar stond mijn trein dus, stil, vlakbij Utrecht Centraal, op last van de politie. Niet omdat ze er persoonlijk last van hadden, dat zou toch wat zijn, maar omdat er volgens medereizigers drie mensen (aan boord, heet dat zo in een trein?) zich verdacht gedroegen. Of iets in die richting. Ik denk dat de technische term lastpakken is.

En toen stoomde er opeens een colonne politieagenten, in vol ornaat, door de trein heen. Ik bevond mij met een medereiziger, een wat oudere dame schuin tegenover aan de overzijde van het gangpad, in dat ideale stuk vlakbij de deur, maar dan tussen twee eerste-klas-compartimenten waar het altijd zo lekker rustig is, zodat je prettig wat kunt lezen, maar daar was het dus opeens helemaal niet zo rustig meer. Ik denk dat het twaalf agenten waren: een paar hele jonge, ook een paar die niet meer zo jong waren, en een hele stoere meisjesagent. En even later tjoekte dat treintje agenten richting de boeven (die er helemaal niet waren, want het was vals alarm, maar niet echt, want eentje moest wel mee naar het bureau; kun je je voorstellen dat de boef als eerste de trein uit mocht?) verderop in de trein. Het leuke was dat drie van de agenten, ondanks hun serieuze blikken, de hand op het holster, stevig in hun kogelvrije vesten gestoken, dus toch nog opzij keken en vriendelijk knikten. Hoe wisten ze dat ik toch niet stiekem een supergeheime spion was?

En dat was het avontuur eigenlijk al, want daarna gebeurde er eigenlijk niets meer dat ook maar iets weg had van een spannende film, hoewel een sterk ingrediënt van een spannende film vaak met wachten te maken heeft. Ik heb nog wat met mijn collegaslachtoffer gepraat over sociaal-economische ontwikkelingen tot 1800, tot Napoleon zo'n beetje, je weet wel, zo'n willekeurig onderwerp wat op dergelijke momenten ter sprake komt. En verder was het vooral wachten. Ook toen het officieel over was. Daarna was er eigenlijk alleen nog maar meer wachten, want de politie had van nog veel meer treinen last bleek toen, een ander soort last weliswaar, denk ik. Ik heb toen Mountain Dew gekocht, omdat dat eruit ziet alsof je radioactief materiaal aan het drinken bent. Dat past wel een beetje bij spion zijn. Maar de moraal van het verhaal is dat het allemaal de schuld is van die wekker. Dus dat.


Gaaf!


Dat was toch weer 5% van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid cultuur.

Jouw mening over mijn schrijfsel:

Geheel vrijblijvend en anoniem uiteraard.
Meer weten?

Nog niet genoeg gehad?

Deze vind je misschien ook wel leuk:

Wees hip, en deel hem via
e-mail of Twitter of Facebook