Plaspauzepoëzie

Schrijfsel

31.

Smeuïge perfectie


Ik droomde niet lang geleden dat ik de perfecte boterham met pindakaas smeerde; een boterham van wereldklasse.

Op een houten snijplank, omringd door de kruimels van mijn ziel, ligt het mes waarmee ik smeerde. Het handvat van zwart, geïmpregneerd hout. Een oud mes, van voordat de helft van het keukengerei bij de Ikea vandaan kwam. De ronde punt een slag groter dan wat je naast je bord hebt liggen. Een smeerbariton.

Naast het mes ligt de besmeerde boterham, rechthoekig, zonder oren. De pinda-emulsie egaal uitgesmeerd tot een millimeter van de rand. Van nabij zijn er duidelijke gelaagde streken zichtbaar, die op kleine afstand al samensmelten tot dat op mijn netvliezen gegraveerde beeld dat me doet watertanden. Een bruin schilderij van een Nederlands meester.

Toch ligt die boterham daar nog, ongegeten. De vloek van perfectie. Ernaast ligt nog zo'n boterham. En daarnaast nog een. Het hele aanrecht ligt ermee vol, tot aan de perfect leeg geschraapte pot.


Prachtig!


Je ziel is net 153 woorden dieper geworden.

Jouw mening over mijn schrijfsel:

Geheel vrijblijvend en anoniem uiteraard.
Meer weten?

Nog niet genoeg gehad?

Deze vind je misschien ook wel leuk:

Wees hip, en deel hem via
e-mail of Twitter of Facebook